monogaam
ˌmonoˈɣam
Wat is de betekenis van monogaam?
monogaam betekent: gehuwd (of samenlevend) met één partner (tegelijkertijd)
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- gehuwd (of samenlevend) met één partner (tegelijkertijd)
Veelgestelde vragen over monogaam
Wat is de betekenis van monogaam?
monogaam betekent: gehuwd (of samenlevend) met één partner (tegelijkertijd)
Etymologie
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘enkelvoudig huwend (van mens) of samenlevend (van dier)’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1912
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek