monomeer

onzijdig (het)/ˌmonoˈmer/

Wat is de betekenis van monomeer?

monomeer betekent: (scheikunde) een enkelvoudige bouwsteen waaruit een polymeerketen opgebouwd is

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde (scheikunde) een enkelvoudige bouwsteen waaruit een polymeerketen opgebouwd is

Voorbeelden van "monomeer" in een zin

  • Niet-gereageerde monomeren kunnen nog aanwezig zijn in het polymerisatieproduct en voor toxiciteit zorgen.

Veelgestelde vragen over monomeer

Wat is de betekenis van monomeer?

monomeer betekent: (scheikunde) een enkelvoudige bouwsteen waaruit een polymeerketen opgebouwd is

Welk woordgeslacht heeft monomeer?

monomeer is een onzijdig (het).

Hoe gebruik je monomeer in een zin?

Voorbeeld: “Niet-gereageerde monomeren kunnen nog aanwezig zijn in het polymerisatieproduct en voor toxiciteit zorgen.