monotheïst
mannelijk (de)/monote'ɪst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die gelooft in het bestaan van één enkel opperwezen, een aanhanger van het monotheïsmeJoden, christenen en moslims worden onder de monotheïsten gerekend.
Etymologie
*afgeleid van het Griekse theos (god) en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek