monotonie

vrouwelijk (de)/ˌmonotoˈni/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. door gebrek aan contrasten saai en eentonig
    Ten opzichte van het oude beursgebouw staat de nieuwe toren min of meer geïsoleerd. Grijs en hoog, maar ook weer niet te hoog. Braaf vormgegeven, met stuk voor stuk dezelfde langwerpige ramen en dezelfde langgwerpige stenen. In de gevel springt hier en daar een gedeelte uit, maar de monotonie van het ontwerp wordt er niet door doorbroken. Tubantia 09-11-13 [https://www.tubantia.nl/maaiveld/grijze-kolos-in-een-verrommeld-landschap~a8c4af5c/ Grijze kolos in een verrommeld landschap]
    Dat ze er gekomen zijn, is te danken aan het initiatief van enkele buurtbewoners. Alleen dat al is een reden om hun aanwezigheid te waarderen. Vooral ’s avonds, als ze hun schemerachtige licht verspreiden, doorbreken ze op een plezierige manier de monotonie van het houten huis dat deze wijk domineert. Een sfeerloos, onbetekenend pleintje wordt dan zo waar feeëriek. Hier, onder de schemerlamp, kan de jeugd zich verzamelen in de huiskamer van de wijk. Tubantia 28-02-15 [https://www.tubantia.nl/maaiveld/enschedese-wijk-velve-lindenhof-onder-de-schemerlamp~a85a44a3/ Enschedese wijk Velve-Lindenhof onder de schemerlamp]

Etymologie

* afleiding van monotoon

Vertalingen

Engelsdullness, monotony, uniformity