Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
monteerder
mannelijk (de)/mΙnΛterdΙr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) deskundige die machines, apparaten, leidingen en dergelijke in elkaar zet of herstelt
Etymologie
*afgeleid van "monteren": de stam "monteer" als leenvertaling van "monteur"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek