Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

monteerder

mannelijk (de)/mΙ”nˈterdΙ™r/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) deskundige die machines, apparaten, leidingen en dergelijke in elkaar zet of herstelt

Etymologie

*afgeleid van "monteren": de stam "monteer" als leenvertaling van "monteur"