moord

mannelijk/vrouwelijk (de)/mort/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. pejoratief (pejoratief) handeling met het doel en het gevolg dat iemand dood gaat
    De moord van Kaïn op Abel was een gebeurtenis die het begin van het menselijk lijden inluidde, nadat hun ouders door het proeven van de verboden vrucht de zonde in de wereld hadden gebracht.
  2. juridisch (juridisch) opzettelijk en met voorbedachten rade een ander van het leven beroven
    Antonio zit een gevangenisstraf uit van 24 jaar voor de moord op zijn jeugdvriend Guido.
    Voor moord, waarbij ‘voorbedachte rade’ is vereist, kan levenslang worden gegeven. Voor doodslag, een handeling ‘in opwelling’, maximaal vijftien jaar.
  3. jongerentaal (jongerentaal) als eerste deel van een samengesteld zelfstandig naamwoord drukt uit dat het om een buitengewoon gewaardeerd voorbeeld gaat van wat het tweede deel aanduidt
    Abbie had het lamé over haar arm gedrapeerd, de zilveren stof viel in plooien neer. 'Prachtig, Reina. Lieve hemel, wat kan je daar een moordjurk van maken!'
    Een voortreffelijk voorwendsel om je met die moordwagen van mammoeschka een liftje te geven, goed dat je hier naartoe bent komen wandelen.
    'Dat moet nogal een vrouw zijn.' 'O, meneer Jake, het is een moordwijf. U zou haar eens moeten zien.' 'Dat zal ook wel gebeuren. In de getuigenbank.'

Etymologie

**[1.2] vermoedelijk onder invloed van de uitdrukking "een moord doen voor" om een sterke begeerte aan te geven

Uitdrukkingen

  • een moord doen voor
  • moord en doodslag komen van
  • moord en brand schreeuwen

Vertalingen

Engelsmurder, homicide
Fransmeurtre, assassinat
DuitsMord
Spaansasesinato, homicidio
Japans殺人
Poolszabójstwo
Zweedsmord