Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

moorddag

mannelijk (de)/ˈmordɑx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. datum waarop iemand opzettelijk gedood wordt
    Het is zeer zeker bevreemdend dat koningin Esther nogmaals een moorddag verlangt en de rationalisten beschuldigen haar dan ook van ongeoorloofde wraakzucht.
    Huisheer en familie passeerden de moorddagen zonder molest te ondervinden.
  2. buitengewoon plezierige dag
    Moorddag gehad! Fabelachtig! En iedereen helpt je, hè. Geen enkel probleem.
    Eens per jaar gingen we dan „potverteren". Met een bus waarin zon dertig jongens onder leiding van de directeur zaten gingen we dan ergens naar toe. Moorddagen waren dat.

Etymologie

**[2] (intensiverende) vorm