moot
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (afgesneden) reepje of schijfje
- (voeding) een gesneden stuk visIn het blikje zit een moot tonijn.
Etymologie
*Mogelijk van het Proto-Germaanse werkwoord *maitan-, *meiH-. . In de betekenis van ‘schijf’ voor het eerst aangetroffen in 1665
Uitdrukkingen
- In mootjes hakken — Vernietigen, niets heel laten van
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek