mopneus
mannelijk (de)/ˈmɔpnøs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een kleine dikke neus met een stompe punt'n Paar ogenblikken later merkten Puk en Muk wel dat Sjamperdoedas sliep. 't Was net of 't onweer was, zo'n leven maakte z'n grote dikke mopneus. (1937)–A.J.F. van Ostaden [https://www.dbnl.org/tekst/osta009reiz04_01/osta009reiz04_01_0007.php Reizen van Puk en Muk. Naar het land van de mensen. Deel 1]Daarop begon tante boterhammen te snijden en bij het maal kregen Tim en Tom voor de tweede maal een gratis-voorstelling van ooms draaienden mopneus. NRC (1910)–Chr. van Abkoude [https://www.dbnl.org/tekst/abko001time01_01/abko001time01_01_0011.php Tim en Tom]
Vertalingen
Engelspug-nose
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek