mops
mannelijk (de)/mɔps/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- hond uit een bepaald ras met een stompe snuit
Etymologie
* In de betekenis van ‘hondensoort’ voor het eerst aangetroffen in 1778
Vertalingen
Engelspug, pug-dog
Spaanspug
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek