morbiditeit

vrouwelijk (de)/mɔrˌbidiˈtɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) ziekelijkheid, vatbaarheid voor ziekten
  2. medisch (medisch) het ziektecijfer, de mate waarin ziekten voorkomen

Etymologie

*Van het Engelse morbidity of het Franse morbidité

Vertalingen

Engelsmorbidity