moreel

onzijdig (het)/moˈrel/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de geestesgesteldheid, geestelijke weerbaarheid, moed, werkkracht of strijdlust die iemand bezit
    Het moreel van de troepen is hoog.
    In een oorlog weegt het moreel drie keer zo zwaar als materieel, luidt een van de vele clichés over een gewapend conflict.

Etymologie

*afgeleid van het Frans moral of van het Latijnse morus

Vertalingen

Engelsmoral, moral
Fransmoral, moral
Spaansestado de ánimo, ethos, moral