morfologie
vrouwelijk (de)/ˌmɔrfoloˈɣi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (taalkunde) de wetenschap die het vormgeven van woorden bestudeertDeze taalkundige weet veel van morfologie.
- (biologie) de wetenschap van de bouw van organismenDeze bioloog weet veel van morfologie.
- (scheikunde), (materiaalkunde) de vormen, structuren en texturen van een materiaal op een schaalbereik groter dan het moleculaireElektronenmicroscopie wordt veel gebruikt om de morfologie van polymeren en hun blends te bestuderen.
- (geologie) de wetenschap die de vorm van de oppervlakte van de aarde bestudeertDeze geoloog weet veel van morfologie.
Etymologie
*Afkomstig van het Oudgriekse μορφή 'morfé' (vorm) (-logía, "-logie, tak of van de wetenschap").
Vertalingen
Engelsmorphology, morphology, morphology
Fransmorphologie
DuitsMorphologie, Wortbildung
Spaansmorfología
Italiaansmorfologia, morfologia
Russischморфология, морфология, морфология
Poolsmorfologia, morfologia
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek