morgenuur

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gedeelte van de ochtend; eerste gedeelte van de dag
    Koerdische inwoners van Sirnak, aan de Turks-Iraakse grens, verlaten bij duizenden het stadje, na nieuwe schotenwisselingen, gisteren in de vroege morgenuren. NRC ANKARA, 25 AUG. [https://www.nrc.nl/nieuws/1992/08/25/koerden-stromen-na-nieuw-geweld-weg-uit-turks-stadje-7153900-a804838 Koerden stromen na nieuw geweld weg uit Turks stadje Sirnak]
    “Maar in den hoek, tegen het huis zat in het koude morgenuur een klein meisje geleund met rode wangen en een glimlach op den mond - doodgevroren ... ”, eindigt het sprookje van Andersen, waarmee wij allemaal zijn grootgebracht. Pas als dat moment is aangebroken, zal de gemeente uitrukken om haar te halen. En in dat hofje in de Jordaan zal iedereen zich afvragen hoe dat nou kon gebeuren anno 1991, in hartje Amsterdam NRC Elsbeth Etty 15 februari 1991 [https://www.nrc.nl/nieuws/1991/02/15/het-meisje-zonder-de-zwavelstokjes-6957136-a69057 Het meisje zonder de zwavelstokjes]