Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
moteldeur
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de deur die van een motelkamer leidt naar buiten (waar de auto geparkeerd staat)Opgelucht trok ik de volgende ochtend de moteldeur achter me dicht, de frisse lucht in, met mijn rugzak vol eten voor de komende zes dagen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek