motje
onzijdig (het)/ˈmɔcə/
Wat is de betekenis van motje?
motje betekent: (spreektaal) huwelijk ingegeven door een onvoorziene zwangerschap
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (spreektaal) huwelijk ingegeven door een onvoorziene zwangerschap
- (informeel) (schertsend) verplichting, taak ingegeven door onvoorziene omstandigheden (met een toespeling op betekenis 1.)
- (spreektaal) (schertsend) samenwerking van partijen, bedrijven e.d. ingegeven door onvoorziene omstandigheden (met een toespeling op betekenis 1.)
Voorbeelden van "motje" in een zin
- De geboorte van hun dochter na zeven maanden liet zien dat het een motje geweest was.
- Vroeger zou zijn vader gezegd hebben: ‘Een motje’ dus!, maar nu speelde hij voorzichtig en ernstig met de woorden ‘gedwongen huwelijk’.
- {{ouds
- Wat is dat toch voor een gekke trend, geachte mijnheer Hamel, dat veelbelovende dichters die steeds meer die belofte waarmaken al na vier bundels aankondigen dat het is afgelopen met het dichten? Ik lees dat voornemen achterop uw bundel Toen het moest. Een titel die suggereert dat u onder druk bent gezet. U wilde niet, u had de plicht, er is hier sprake van een ‘motje’.
Etymologie
*[B]: op te vatten als afgeleid van "mot"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek