motor
/'mo.tɔr/
Wat is de betekenis van motor?
motor betekent: (werktuigbouwkunde) krachtbron die met behulp van een energiebron een werktuig, machine of vervoermiddel aandrijft
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (werktuigbouwkunde) krachtbron die met behulp van een energiebron een werktuig, machine of vervoermiddel aandrijft
- (verkeer) een verkorting van "motorfiets", het gemotoriseerd voertuig op twee of drie wielen
- (figuurlijk) iemand die wordt beschouwd als de drijvende kracht van een organisatie
Voorbeelden van "motor" in een zin
- Deze motor loopt op elektriciteit.
- 'Ik heb je cadeau in Surrey laten 1iggen,' zei hij, terwijl hij de motor liet draaien.
- 's Avonds hoorde Teresa de motor van de Packard, wanneer Harold de heuvel af rolde, het hek door, op weg naar Malaga.
- Hij heeft net een nieuwe motor gekocht, een Harley.
- Ik moet wel niet op wacht maar ik trap mijn motor aan en ga er snel achteraan.
Etymologie
*afgeleid van het Latijnse movēre (bewegen)
Vertalingen
Engelsengine, motorbike
Fransmoteur, moto
DuitsMotor, Motorrad
Spaansmotor, moto
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek