mouw

mannelijk/vrouwelijk (de)/mɑu/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dat deel van een kledingstuk dat de armen omvat

Etymologie

* In de betekenis van ‘armbekleedsel’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Uitdrukkingen

  • Aan iets een mouw weten te passenEen oplossing ergens voor weten
  • De aap komt uit de mouwDe waarheid wordt duidelijk
  • De handen uit de mouwen stekenAan de slag gaan en aanpakken
  • Iemand aan zijn mouw trekkenIemand corrigeren
  • Iemand iets op de mouw speldenIemand iets wijsmaken
  • Iets uit zijn mouw schuddenZonder moeite met iets komen

Vertalingen

Engelssleeve
Fransmanche
DuitsÄrmel
Spaansmanga
Italiaansmanica
Portugeesmanga
Japans袖, そで, sode
Poolsrękaw
Zweedsärm
Deensærme