mozaïek
/mozaˈik/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kunst) figuur van aaneengesloten kleine, ingelegde stukjes glas, steen, hout die op een harde ondergrond zijn bevestigdOp het mozaïek is een oorlogstafereel afgebeeld.
- (figuurlijk) geheel van kleine onderdelen dat een onbedoeld patroon of onverwachte samenhang laat zienMaar wie beweert zijn geschiedenis te kennen, zoals Poetin deed, kan daar geen enkele rechtvaardiging aan ontlenen om grondgebied te claimen. Zodra je graaft in de geschiedenis zie je een mozaïek van ‘vreemde’ invloeden die elke claim ondermijnen. Alsof je überhaupt een land mag claimen.
Etymologie
*via Middelnederlands "musaica" van "mosaique", in de betekenis van ‘inlegwerk’ voor het eerst aangetroffen in 1679
Vertalingen
Engelsmosaic, mosaic work
Fransmosaïque
DuitsMosaik
Spaansembutido, mosaico
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek