mr.

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈmestΙ™r/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vroegere academische titel op masterniveau, gevoerd voor de naam door een meester in de rechten, vervangen door LLM achter de naam
    Zowel het β€˜mr.’ voor de naam van haar vader als de procureursfunctie die hij bekleedde, wijst erop dat hij Rechten had gestudeerd.

Etymologie

*(afkorting) meester of Latijn "magister"