Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

musofobie

vrouwelijk (de)/หŒmysofoหˆbi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. psychologie (psychologie) (neologisme) ziekelijke angst voor muizen en ratten
    Hij heeft niet alleen last van arachnofobie (angst voor spinnen), hij lijdt โ€“ onder heel veel meer โ€“ ook aan clinofobie (bang om naar bed te gaan), aichmofobie (bang voor messen), ablutofobie (bang om in bad te gaan) en chronomentrofobie (angst voor klokken), maar gelukkig weer niet aan musofobie (angst voor muizen).

Etymologie

*afgeleid van Latijn "mus" "muis"

Vertalingen

Engelsmuriphobia