mussen

/'mʏsə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) een familie in de orde der zangvogels. De familie telt 49 soorten. Een aantal soorten komt in Europa voor, de bekendste daarvan is de huismus

Etymologie

* "mus" met de uitgang -en