mussen
/'mʏsə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een familie in de orde der zangvogels. De familie telt 49 soorten. Een aantal soorten komt in Europa voor, de bekendste daarvan is de huismus
Etymologie
* "mus" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek