must
mannelijk (de)/mʏst/
Wat is de betekenis van must?
must betekent: iets dat beslist nodig is
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets dat beslist nodig is
- iets dat je beslist moet gaan zien
Voorbeelden van "must" in een zin
- Een tweede pluspunt is de opmaak. Het boek is aantrekkelijk vormgegeven, op stevig papier gedrukt en bevat vele kleurenprenten. Voor een boek dat bedoeld is voor een breed publiek en waarin de centsprent zo'n centrale rol speelt is dat natuurlijk een must, maar de vormgever verdient daarmee nog niet minder lof.
- Een must was natuurlijk de tentoonstelling over de beginjaren (1860-1870) van het impressionisme in het Grand Palais.
Etymologie
*van "must", in de betekenis "iets dat absoluut moet" aangetroffen vanaf 1959
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek