muts

vrouwelijk (de)/mʏʦ/

Wat is de betekenis van muts?

muts betekent: (hoofddeksel) hoofddeksel van textiel zonder harde rand

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hoofddeksel (hoofddeksel) hoofddeksel van textiel zonder harde rand
  2. biologie (biologie) netmaag, een van de vier magen van herkauwers
  3. biologie, informeel (biologie), (informeel) volkse benaming voor vagina
  4. scheldwoord (scheldwoord) een scheldwoord voor een vrouw ('trut')
  5. scheldwoord (scheldwoord) een onhandige of domme vrouw

Voorbeelden van "muts" in een zin

  • Zet je muts op! Het vriest buiten.
  • Zo'n 96 procent van alle klussen is inmiddels ingevuld. Het gaat dus om ‘de laatste wapperende handen’, laat Van der Herberg weten. Ook kan de stichting nog nieuwe, zachte handdoeken gebruiken. Mooi verpakt met een touwtje of strikje eromheen. Die worden dan meegegeven in de pakketten. Vorig jaar ging het om gebreide mutsen en sjaals. Een ‘warm extraatje’, bij de levensmiddelen. Tubantia Marco van den Berg 06-12-18 [https://www.tubantia.nl/zwolle/vijftig-vrijwilligers-en-zachte-handdoeken-nodig-voor-zwolse-kerstpakkettenactie~a0749293a/ Vijftig vrijwilligers en zachte handdoeken nodig voor Zwolse kerstpakkettenactie]
  • Soms ook gehuld in een schapevacht, een ruige muts op het hoofd en een ketting in de hand. Of verkleed als duivels... 'Zijn hier ook stoute kinderen? ??
  • Die bemoeizuchtige, oude muts moest ook een voornaam hebben, maar zij had hem nog nooit gehoord.
  • Dat ik de grootste muts van de hele school ben is al erg genoeg.

Betekenis en uitleg van muts

Een muts is een type hoofddeksel dat vaak wordt gedragen voor warmte en bescherming tegen de kou. Het is meestal gemaakt van zachte, warme materialen en bedekt het hoofd en vaak ook de oren.

Je draagt een muts vaak tijdens de wintermaanden of als je buiten activiteiten onderneemt in koudere temperaturen. Het woord kan ook een informele of speelse connotatie hebben, zoals wanneer je iemand een 'muts' noemt in de zin van dat iemand iets doms doet. Een muts kan niet alleen praktisch zijn, maar ook een modeaccessoire.

Voorbeelden

  • Tijdens onze winterwandeling droeg ik een kleurrijke muts die mijn hoofd lekker warm hield.
  • Hij voelde zich een beetje een muts toen hij vergat zijn muts mee te nemen en met koude oren thuiskwam.
  • In de sneeuw maakte ze een geweldige sneeuwpop en gaf het een leuke muts van een oude sjaal.

Woordoorsprong

Het woord 'muts' heeft zijn oorsprong in het Middelnederlands en is verwant aan vergelijkbare woorden in andere Germaanse talen die ook naar hoofddeksels verwijzen.

Veelgestelde vragen over muts

Wat is de betekenis van muts?

muts betekent: (hoofddeksel) hoofddeksel van textiel zonder harde rand

Hoeveel betekenissen heeft muts?

muts heeft 5 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft muts?

muts is een vrouwelijk (de).

Hoe gebruik je muts in een zin?

Voorbeeld: “Zet je muts op! Het vriest buiten.

Etymologie

* Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘hoofddeksel’ voor het eerst aangetroffen in 1373

Vertalingen

Engelscap, bonnet
Fransbonnet
DuitsMütze
Spaansgorro, bonete
Italiaansberretto
Russischшапка
Turksbaşlık
Zweedsmössa