Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
mutsdragers
/ΛmΚtsdraΙ£Ιrs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een orde van, voor het grootste deel uitgestorven, groep weekdierenTen slotte bestaan er nog mutsdragers (Monoplacophora). Die hebben een schelp in de vorm van een muts.
Etymologie
*"mutsdrager" met de uitgang -s
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek