Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

mutsdragers

/ˈmʏtsdraΙ£Ι™rs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een orde van, voor het grootste deel uitgestorven, groep weekdieren
    Ten slotte bestaan er nog mutsdragers (Monoplacophora). Die hebben een schelp in de vorm van een muts.

Etymologie

*"mutsdrager" met de uitgang -s