muurschildering
vrouwelijk (de)/ˈmyrsxɪldəˌrɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- met verf op een wand aangebrachte afbeeldingDe muurschildering had de tand des tijds goed doorstaan.
Etymologie
* van muurschilderen , in de betekenis van ‘voorstelling op muren’ voor het eerst aangetroffen in 1873
Vertalingen
Engelsmural
Spaansmural
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek