naaimand
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈnajmɑnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- schaal of mand waarin men handwerkbenodigdheden kan bewarenDe dag dat de eindelijk tot advocaat beëdigde Jacob Willem het "vadermonster" voorgoed uit zijn leven zet en in een wankele stemming troost zoekt bij zijn stroeve moeder, vindt hij haar spaarbankboekje in de naaimand. NRC A. van Dis 29 november 1996 [https://www.nrc.nl/nieuws/1996/11/29/engagement-met-de-ploeteraar-de-wraak-van-moreau-en-7333786-a95633 Engagement met de ploeteraar; De wraak van Moreau en Katadreuffe]"Even mijn handen wasschen", mompelde Eduard, en daalde af naar de wijnkelder. Hij zocht tusschen stoffige flesschen, oude kranten en automobiel-onderdelen van oom Bastiaan, die graag knutselde; terwijl Erica niet heur haren uitkamde, maar de logeerkamer, en de linnenkasten, en de naaimand die nog van oma is geweest. Niets. NRC D. van Oort 21 april 2000 [https://www.nrc.nl/nieuws/2000/04/21/de-schat-van-paascheiland-7491468-a456414 De schat van Paascheiland]
Vertalingen
Engelsworkbasket, workbag
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek