nalatigheid

vrouwelijk (de)/naˈlatəxˌhɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een fout doordat er iets nagelaten wordt
    Dit is overduidelijk een nalatigheid van de docenten.

Etymologie

*Afgeleid van nalatig .

Vertalingen

Engelsnegligence
Fransnégligence
DuitsNachlässigkeit
Spaansnegligencia
Italiaansnegligenza