nederigheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het aannemen van een houding waarbij geen aanspraak gemaakt wordt op macht of eer
    Zijn nederigheid doet bijna vergeten wat een groot kustenaar hij in werkelijkheid is.
    Er viel hierboven niks te faken of te bluffen, de bergen dwongen me om hen met respect en nederigheid te bejegenen.

Etymologie

*Afgeleid van nederig .

Vertalingen

Engelshumility
Franshumilité
DuitsDemut
Spaanshumildad
Italiaansumiltà
Poolspokora