nierinsufficiëntie

vrouwelijk (de)/ˈnirɪnsʏfiˌʃɛn(t)si/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) aandoening waarbij de beide organen die zorgen voor de juiste samenstelling van het bloed en het daaruit verwijderen van afvalstoffen onvoldoende werken
    Er komen steeds meer ouderen die vaak na jarenlange hart- en vaatproblemen hun nierfunctie kwijt raken. Luik: ``De meesten van hen komen niet in aanmerking voor een transplantatienier. Hun algemene conditie is te slecht om een transplantatie te kunnen doorstaan. De nierinsufficiëntie doet hun hart- en vaatproblemen toenemen.