normalist

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. leerling van een normaalschool, iemand die een opleiding tot onderwijzer volgt
    Toen ik 27 jaar geleden als normalist aan de opleiding tot onderwijzer begon, was het streven om jonge kinderen in een goede klassfeer kennis en vaardigheden bij te brengen en te begeleiden.de Standaard 13 OKTOBER 2003 Lieven Van Bosbeke [http://www.standaard.be/cnt/dss13102003_003 Onderwijs moet terug naar de bron ]

Etymologie

* afleiding van normaal