nuntius
mannelijk (de)/ˈnʏn(t)siˌjʏs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) de pauselijke vertegenwoordiger
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘pauselijk ambassadeur’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1602
Vertalingen
Engelsnuncio
Fransnonce
DuitsNuntius
Spaansnuncio apostólico, nuncio papal, nuncio
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek