Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

obediëren

/ˌobediˈjerə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, verouderd (ov) (verouderd) doen wat een ander je opdraagt, ongeacht je eigen mening
    In hetzelfde jaar traden de eerste twaalf zusters in; ze beloofden de regel van Augustinus te obediëren op de wijze van het klooster Eemstein.

Etymologie

*via Middelnederlands """ van Latijn "oboedire"