ober

mannelijk (de)/ˈobər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) een bediende in een restaurant of café
    De Nationale 7 past in dit ideaal van slow driving. Je rijdt door plaatsen die je alleen kent van de borden boven de snelweg. Nevers, Lyon, Valence, Montélimar. Zo vind je jezelf terug op een warme zomeravond op een pleintje in de oude stad van Montélimar, bij restaurant Aux Gourmands, waar de ober vertelt dat de pistachenoten bij de tarte tatin afkomstig zijn van een lokale producent die maar twee bomen heeft.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘kelner’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1906

Vertalingen

Engelswaiter
Fransserveur, serveuse
DuitsOber, Kellner
Spaanscamarero, mesero
Italiaanscameriere
Russischкельнер
Chinees侍者
Japansウエーター
Koreaans웨이터
Turksgarson
Poolskelner
Zweedskypare