observatie

vrouwelijk (de)/ˌɔpsɛrˈva(t)si/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) waarneming
  2. wat men met de zintuigen kan waarnemen
    Hij was vijfenzestig geworden, dan was het niet langer gepast. Dat nam niet weg dat het een observatie was die niet te vermijden viel, en wat hij bij zichzelf in zijn zolderkamer dacht kon niemand schaden of in verlegenheid brengen.
  3. constatering, opmerking

Etymologie

* van observeren

Vertalingen

Engelsobservation
Fransobservation
Spaansobservación