octrooi

onzijdig (het)/ɔkˈtroj/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. machtiging om een bepaalde tijd als enige, met uitsluiting van anderen, van een uitvinding te kunnen profiteren
    Wie een octrooi aanvraagt, moet tot in detail openbaar maken hoe zijn uitvinding tot stand is gekomen.

Etymologie

* van "octroi" "toekenning" van "octroyer" "toestaan", vergelijk autoriseren. De VOC kreeg in 1602 octrooi (in wezen: alleenrecht) voor de vaart op bepaalde wereldzeeën. In de betekenis van ‘patent’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1817.

Vertalingen

Engelspatent
Fransbrevet