ogen

/ˈoɣə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. intr (intr) de aanblik hebben van
    Dat oogde beter dan het was.
  2. aandachtig kijken naar, staren naar

Etymologie

*: "oog" met de uitgang -en

Vertalingen

Engelslook, appear
Duitsaussehen