oho

/ˈoho/

Betekenis

tussenwerpsel
  1. overgang naar een plagende opmerking of een vrolijke uiting
    “Ook schrijvers, kunstenaars en politici citeren veelvuldig uit zijn werk.” Oho. Zo. Maar welk werk en wat wordt er geciteerd en door welke politici? Heeft Bob Dylan een mening over de herverkaveling van de verzorgingsstaat?
    {{ouds
  2. uitroep van opgewektheid
    ‘Insecten!’ zo riep hij uit. ‘Oho! We zullen ze! Vat moed, heer Pastinakel.
  3. uitroep van bezorgde verbazing
  4. uitroep als een ander regels overtreedt
    Ons orkest gaat eens per twee jaar op tournee, met een bus. Twee jaar geleden praatte de buschauffeur aan één stuk door. Dit jaar beperkte de chauffeur zich tot een kort welkom en een aankondiging van de aankomsttijd. Tot we op de terugweg op een oranje stoplicht afkwamen en we door rood reden. Als reactie op ons ‘oho’ greep de chauffeur de microfoon en zei: „Ik zou een hele verhandeling kunnen houden over instrumenten die onderin de bak gaan schuiven en wat een gedoe dat oplevert met jullie en met verzekeringen, maar nee. Jullie reden misschien door rood, hier voorin reed ik door oranje.

Etymologie

* In de betekenis van ‘tussenwerpsel: uitroep van verrassing’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1850