oir

onzijdig (het)/or/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch, verouderd (juridisch) (verouderd) geheel van de personen die in rechte lijn van iemand afstammen
    Wie heerst, die hoopt en doet om oir meer dan hij mag.
  2. figuurlijk, verouderd (figuurlijk) (verouderd) persoon die in rechte lijn van iemand afstamt
    Bestraf hem niet. Dit is de vrome vechterdie 't volk beschut, zijn eigen hof vernielt,zijn enig oir en erfgenaam' ontzielt.

Etymologie

*via Middelnederlands "hoir" en verouderd "hoir" van Latijn "haeres" "erfgenaam"