ojief
onzijdig (het)/oˈjif/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) rand als versiering met een doorsnee die half hol en half bol is
- (militair) versiering op geschut in de vorm van een band die half hol en half bol is
- minder oorspronkelijke vorm van ogief: kruisboog van een gewelf, spitsboog of kromme met een vergelijkbare gebogen vorm
zelfstandig naamwoord
- (gereedschap) houtschaaf om randen te schaven die half hol en half bol zijn, met een mes dat daarom ook een scherpe rand in de vorm van een ojief heeft
Etymologie
*van "ogive"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek