olie
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈoli/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheikunde), (voeding) benaming voor uiteenlopende soorten vettige vloeistoffen die niet of nauwelijks met water mengenEr zit veel olie in de grond.
Etymologie
*Van het Latijnse oleum, in de betekenis van ‘vette vloeistof’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100
Uitdrukkingen
- Olie in/op het vuur gieten/gooien — Iets zeggen of doen waardoor een toch al gespannen situatie verder verergert of een ruzie nog eens opnieuw begint
- Olie op de golven gieten — Door iets te zeggen of te doen de mensen rustiger laten worden
- De olie in de lamp is op — Het geld is op
- In de olie zijn — Dronken zijn
Vertalingen
Engelsoil
Franshuile
DuitsÖl
Spaansaceite
Italiaansolio
Turksyağ
Poolsolej
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek