olieput
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (diep / geboord) gat in de aarde waar men olie uit kan oppompenMet een waggelend busje rijden we verder over een tweebaansweg van betonplaten, die vol gaten zitten. Duizenden kilometerslange pijpleidingen snijden de bostoendra in parten. Het wemelt er van olieputten, ja-knikkers, opslagcontainers, schoorstenen die gas affakkelen. Alles straalt een maagdelijke orde uit. NRC Michel Krielaars 21 september 2011
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek