omcirkelen

Betekenis

werkwoord
  1. iets of iemand fysiek insluiten waardoor onsnapping niet meer mogelijk is
    De soldaten omcirkelden de troepen van de vijand.
    De dictator werd uiteindelijk omcirkeld in zijn paleis.
  2. met schrijfgerei ergens een cirkel omheen tekenen om een keuze aan te geven
    Ik omcirkel mijn keuze op het enquêteformulier.
    De scholier omcirkelde bij multiplechoicetoetsen altijd het liefst antwoord A.
  3. met schrijfgerei ergens een cirkel omheen tekenen om ergens de nadruk op te leggen of om iets aan te wijzen
    Mijn moeder omcirkelt altijd de spelfouten in de krant.
    Toen pas zagen de omstanders dat de man om zijn hals een brief had hangen waarop, voor iedereen duidelijk, drie dreigende zwarte stippen waren aangebracht, omcirkeld door een oranje ring. De boodschapper stamelde nog iets onverstaanbaars en verloor toen het bewustzijn. {{Aut|Herzen, Frank

Vertalingen

Duitseinkreisen, umschließen