omheen

/ɔmˈhen/

Betekenis

voorzetsel
  1. om, rond, rondom, aan alle kanten, langs alle kanten
    De bomen staan om de kerk heen.
    Vervolgens loop je om een groot beeld heen.
    Dat er geen lijst omheen zit, is jammer.

Uitdrukkingen

  • omheen lopen

Vertalingen

Duitsherum
Spaansalrededor de