omkomen
/ˈɔmkomə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) bij een gebeurtenis het leven latenHij kwam om bij dat auto-ongeluk.De Oude Strekers werden, voor zover zij niet omkwamen in het gevecht, verjaagd en verstrooid naar alle windstreken. {{Aut|Herzen, FrankDe aanslagen raken hem ook persoonlijk heel diep. „Ik heb er vanochtend ook over gepreekt. Pasen is het feest van de opstanding, van de overwinning van het leven op de dood. Voor al die mensen die zijn omgekomen en hun families vind ik het verschrikkelijk wat er is gebeurd. Tubantia Herman Haverkate 21-04-19 [https://www.tubantia.nl/regio/twentse-pastoor-marc-oortman-leeft-mee-met-zijn-vrienden-op-sri-lanka~a187f4de/ Twentse pastoor Marc Oortman leeft mee met zijn vrienden op Sri Lanka]
Etymologie
* In de betekenis van ‘sterven’ voor het eerst aangetroffen in 1573
Vertalingen
Engelsdie
Fransmourir
Duitsumkommen
Spaansperecer
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek