omloper

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die ergens omheen loopt
    Wellicht is het bekend dat op de dijk bij Abcoude jaarlijks een omloop wordt gehouden. De omlopers in deze wedstrijd zijn erop gebrand te stunten met een goede tijd. Lokaal staat zo'n tijd bekend als: abcoudedijkomloperstunttyd NRC Margaret BlacklerAad Thoen Castricum 12 januari 2002 [https://www.nrc.nl/nieuws/2002/01/12/sprookje-2-7572824-a1389781 Sprookje 2]

Etymologie

* van omlopen