Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

omplanten

/หˆomplษ‘ntษ™(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) (twee planten) van plaats verwisselen.
    Die begonia's zouden beter gedijen waar nu die tulpen staan; je zou ze beter omplanten.
  2. ov (ov) (een plant) op een andere plaats zetten.
    Volgens mij staat die struik daar veel te vochtig en moet je ze omplanten naar een drogere plek.
werkwoord
  1. ov (ov) (een ruimte) omringen met planten.
    Anke liet haar tuinpaadje omplanten met rozen.

Etymologie

*[B] van Middelnederlands "ommeplanten", op te vatten als , vergelijk

Vertalingen

Engelstransplant, plant out
Franstransplanter
Duitsverpflanzen, umpflanzen
Italiaanstrapiantare