Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
omplanten
/หomplษntษ(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) (twee planten) van plaats verwisselen.Die begonia's zouden beter gedijen waar nu die tulpen staan; je zou ze beter omplanten.
- (ov) (een plant) op een andere plaats zetten.Volgens mij staat die struik daar veel te vochtig en moet je ze omplanten naar een drogere plek.
werkwoord
- (ov) (een ruimte) omringen met planten.Anke liet haar tuinpaadje omplanten met rozen.
Etymologie
*[B] van Middelnederlands "ommeplanten", op te vatten als , vergelijk
Vertalingen
Engelstransplant, plant out
Franstransplanter
Duitsverpflanzen, umpflanzen
Italiaanstrapiantare
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek