omtrek
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɔmtrɛk/
Wat is de betekenis van omtrek?
omtrek betekent: (wiskunde) de lengte van een gesloten kromme
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (wiskunde) de lengte van een gesloten kromme
- grenslijn.
- omvang van een lichaam
- het gebied rondom een bepaalde plaats
Voorbeelden van "omtrek" in een zin
- De omtrek van een cirkel bedraagt 2π maal de straal.
- Dat is in de wijde omtrek niet te vinden.
- Veel keus had ik echter niet, want het was soms het enige water in de wijde omtrek.
Etymologie
* In de betekenis van ‘hoofdlijn die grenzen van een figuur bepaalt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1586
Uitdrukkingen
- In de wijde omtrek.
Vertalingen
Engelsperimeter
DuitsUmfang, Umriss, Umfang
Spaanscircunferencia, perímetro
Poolsobwód
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek