omwinden
/ɔmˈwɪndə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) verhullend spreken.Hij omwond de slechte boodschap met vele weinig ter zake doende verhalen.
- (refl) zich iets ~ iets rond een lichaamsdeel wikkelen.Ook de augur omwond zich het hoofd want het minste geraas stoorde de waarnemingen.
- (ov) iets omwikkelen met bijvoorbeeld een lap stok.Hij omwond de bloedende hand met een afgescheurd stuk laken.
- tweede betekenisomschrijving.Zin met het omwinden in de tweede betekenis erin.
- enz.
werkwoord
- (ov) iets ~ om rond iets heen wikkelen.We namen de spoel en de koperen draad werd er strak omgewonden.
- er doekjes ~: verhullend spreken.Er werden geenszins doekjes omgewonden.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek