onbehaaglijkheid
vrouwelijk (de)/ˌɔmbəˈhaxləkˌhɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een onaangenaam, onprettig gevoelAlle gesprekken op dat gebied waren als een mijnenveld waarbij de kleinste onvoorzichtige opmerking een explosie van onbehaaglijkheid kon veroorzaken.De strafpleiter liet zich door de bedreigingen extra beveiligen. 'Het zorgt voor onrust en onbehaaglijkheid. Elke keer als je de deur uitgaat, kijk je links en rechts of er niet een griezel rondloopt die het op je leven heeft voorzien.'
- iets dat een onaangenaam onprettig gevoel veroorzaakt
Etymologie
* afleiding van onbehaaglijk
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek